Blog : Een klein blauw steentje
Ergens hadden ze een radio aan staan. En niet eens zo heel zachtjes. De decibellen drongen met enorme snelheid mijn oren binnen, draaiden daar een paar rondjes en knalden met een doffe dreun tegen het trommelvlies.Allemachtig! Welke achterlijke zette dat snertding zo loeihard op de vroege ochtend?
Toen er vervolgens ook nog eens een primitief geluid als van een cirkelzaag met rotatieproblemen mijn richting uitkwam was ik klaarwakker en had het helemaal gehad!
Met een niet nader te omschrijven uitroep draaide ik mij om en trok het dekbedovertrek - waarvan de zwarte kleur in schril contrast stond met de frisse geur van een kruidige alpenweide- helemaal over mijn hoofd met de bedoeling nog even verder te tukken.
Aangezien zich echter in dit overtrek geen dekbed bevond, bleek dat een ijdele hoop...
Met een zucht draaide ik mij op mijn rechterzij om me aan die kant uit bed te laten rollen en knalde met mijn benen ergens tegen aan. Au! Nog steeds de ogen gesloten haalde ik mijn hand onder het dek vandaan en tastte voorzichtig de ruimte naast mij af.
Ruimte die er dus niet was. Vreemd...
Er waren zoveel dingen 'anders dan anders', dat ik er niet onderuit kon om toch eindelijk mijn ogen maar eens open te doen. En toen ik dat deed zag ik...een muur. Een muur?? Die muur hoorde daar helemaal niet te zijn. Die hoorde minstens twee meter verder naar achteren te staan!
Met een ruk draaide ik me op mijn rug, hees mezelf omhoog, propte het kussen in mijn rug en keek aldus gezeten met grote ogen de kamer rond. En werd toen heel langzaam pas écht wakker.
Dit was niet mijn slaapkamer! Juist toen ik tot deze intelligente conclusie was gekomen, stopte het geluid van de cirkelzaag. En nog voor ik mij kon bedenken waar ik dan wèl was klonk er een bonk tegen de deur, die vrijwel direct daarna openzwaaide. Verbaasd zag ik hoe een groot dienblad met twee beentjes er onder voorzichtig naar binnen wandelde. Er bovenuit piepten een parmantig donker kuifje en twee vastberaden donkere ogen. Met het puntje van de tong uit zijn mond gepiept kwam hij voetje voor voetje mijn kant oplopen en zette het rijkelijk gevulde blad voorzichtig op het bed.
'Kijk es' zei hij met een grappig stemmetje, 'heb ik gemaakt. Voor jou. Een lekker ontbijtje.'
'O, wauw wat fantastisch!' zei ik met gepaste eerbied voor dit hartelijk gebaar, onderwijl naarstig mijn geheugen afzoekend naar een naam of gezicht van iemand van wie dit heerlijke kind kon zijn. Maar er wilde mij niemand te binnen schieten.
'Ken ik jou?' vroeg ik toen voorzichtig. Slechts even blikte hij naar mij op en ging toen verder met het proberen zonder morsen thee in te schenken, wat niet helemaal lukte. 'Dat had wel fijn geweest' zei hij cryptisch 'maar ik denk het niet. Het is niet erg hoor. Ik ken jou heel goed en da's fijn. En ik heet Frank.'
'Dat is een mooie naam. Als ik een zoon had gehad, zou zijn naam ook Frank geweest zijn', zei ik een beetje weemoedig. Met een onpeilbare blik keek hij me even aan en gaf een klein glimlachje mee toen hij een simpel 'oh' liet horen.
'Waar ben ik eigenlijk' vroeg ik vervolgens, want ik had nog steeds geen flauw idee en dat begon me wel te verontrusten. Ik wist dat het onthouden van diverse dingen af en toe wat lastiger werd, maar dit was wel heel extreem!
'Oh, bij ons' antwoordde hij vaag, onderwijl steeds dichter bij het bed komend, er op toeziend dat ik netjes alles op at.
Ja...nou wist ik nog niets. Er was echter iets in zijn manier van kijken wat mij er van weerhield om door te vragen. Ik had het gevoel dat ik daar toch geen antwoord op zou krijgen.
Terwijl ik zo zat te eten en een beetje met hem praatte drentelde hij wat heen en weer met een blauw steentje in zijn hand. Een soort kiezelsteentje. En onder het lopen gooide hij dat steeds ritmisch een beetje omhoog, waarna hij het weer in zijn linkerhand opving.
'Wat is dat voor steentje?' vroeg ik. 'Dit steentje neemt verdriet weg. Het is wel klein, maar het kan heel veel!' zei hij. 'Heb jij dan verdriet', vroeg ik. 'Nee, ik niet meer' zei hij.
Nadat hij me geholpen had alles op te eten kwam hij ineens met een onverwachte vraag. Waarschijnlijk had hij gezien dat ik steeds even moest geeuwen, want hij zei: 'Mag ik nog even bij jou komen liggen? Even tegen je aan? Dat vind ik zo fijn....'
Verbouwereerd knikte ik ja en zei 'maar natuurlijk!'
Frank zette eerst netjes het dienblad op de grond, trok z'n pantoffeltjes uit en kroop naast me. Ik liet mij weer onderuit zakken en tot mijn verrassing kwam hij heel dicht tegen me aanliggen, sloeg zijn armpjes stevig om mij heen, legde zijn hoofdje op mijn schouder en slaakte een diepe zucht.
Hij moet erg moe geweest zijn, want binnen de kortste keren sliep hij.
Het was een vreemde en toch mooie gewaarwording zo te liggen met dit kind in mijn armen. Een kind dat ik niet kende en dat toch zo vertrouwd voelde. Ik legde mijn wang tegen zijn haren en viel zo langzaam maar zeker in slaap.....
En weer wekten me die snert radio en die cirkelzaag!
Toen ik snel naast me keek of Frank niet wakker geworden was, zag ik dat het decor zich wederom had gewijzigd.
Frank was nergens te bekennen, de muur aan mijn rechterkant stond weer op z'n plaats en verder rondkijkend zag alles er heel vertrouwd uit.
Ik was gewoon in mijn eigen bed, in mijn eigen slaapkamer....
Wat wel hetzelfde was, was het geluid van radio en cirkelzaag. Dat kwam van buiten, waar men bezig was het asfalt en trottoir bij de bushalte te vernieuwen....
Verdwaasd lag ik nog een hele tijd voor me uit te staren. Frank....
Had ik het nou gedroomd? Het was zo echt....
Toen ik me overeind hees en de kussens achter mijn rug duwde, voelde ik iets hards onder mijn linker dij. Ik haalde het tevoorschijn...... en keek er met verbijstering naar.
Want in mijn hand hield ik een klein blauw steentje. Net een kiezelsteentje....
© Caronne 22-11-2011
| Nieuwsbrief |







