Blog : De klim omhoog
Soms kan het verdriet om verlies van een dierbare je het gevoel geven dat je alle houvast in je leven kwijt bent. De bodem is onder je bestaan weggevallen, je levensritme is zoek en de energie is er niet meer om jezelf uit het dal omhoog te krijgen.
Rouwen kost energie en tijd. En dat mag.
Er komt echter een moment dat je weer verder moet gaan met je leven. Dat je gevraagd wordt het gebeurde te accepteren en in het verleden te laten. De emoties eerst toe en daarna los te laten.
Weer in het hier en nu te leven. Te léven.
Je wilt wel, maar je hebt het gevoel gevangen te zitten in een cocon. Een cocon waarin je de pijn, het verdriet en de eenzaamheid niet zo sterk voelt. Een cocon, waarin je een ander leven gaat leiden. Steeds verder weg van dat eerdere..
Waarin oude patronen weer versterkt naar boven komen.
En kom daar dan maar weer eens uit...
Je gaat naarstig op zoek naar een opening, een doorgang naar de rest van je leven. Want je beseft: dit is geen leven. Dit...is óverleven. Je móet hier uit zien te komen!
Je grijpt alles beet om maar niet verder te zinken. Duikt overal in met alle enthousiasme die je op kunt brengen. Terwijl je heel goed weet dat je eigenlijk bezig bent jezelf voor de gek te houden. Iedere keer weer. Want het is niet echt, dat enthousiasme. Je probeert het wel, maar het blijft aan de buitenkant hangen. Het ráákt je allemaal niet meer.
Iets in jou laat het niet toe, want dan moet je uit die veilige warmte van je cocon komen. De harde werkelijkheid niet voor 70% maar voor de volle 100% onder ogen zien en er naar handelen.
En toch grijp je iedere strohalm...
Want je kijkt naar jezelf en ziet wat er gebeurt. Ziet en voelt dat alles je steeds minder interesseert. Dat het je steeds meer moeite kost naar buiten te gaan. Dat je jezelf en je huis gaat verwaarlozen. Je familie en vrienden.
Je ziet het en het interesseert je steeds minder.
De kracht die je in je hebt kan je wél aanwenden voor anderen, maar het kanaaltje naar jezelf zit hoe langer hoe meer verstopt.
Contacten heb je bijna alleen nog maar via internet. En dat doet je goed. Je merkt dat je weer wat meer energie krijgt, meer in beweging komt. Tot het nieuwe er weer af is. En dan hoeft er maar iets te gebeuren en je zakt wéér weg in die schimmige wereld waar je helemaal niet wilt zijn en die tegelijkertijd je schijnveiligheid is. Want wat doet het er eigenlijk allemaal nog toe....
En omdat je zelf geen contact meer zoekt, geen zin meer hebt om naar buiten te gaan, zak je ook steeds meer weg in de eenzaamheid van het alleen zijn. Alleenzaamheid.
En je ziet wat er gebeurt en je weet dat het niet goed is. Dat je zo naar de bliksem gaat. Dat je nog steeds iets te doen hebt met je leven. Iets te geven hebt. Ben je daar stilletjes bang voor?
En keer op keer kruip je er weer uit. En evenzo vele keren donder je net zo hard weer terug. Steeds dieper.
En je schreeuwt en huilt je frustraties eruit en je bidt om kracht en doorzettingsvermogen om over die enorme bergruggen heen te komen. Om de doorgang te vinden. Want je komt steeds weer tot een bepaald punt en dan wordt het te steil en glijd je terug naar af.
Je dacht altijd dat je het alleen moest doen. Dat was een vergissing. Je mag het zélf doen. Dat is iets anders dan alleen.
En eindelijk zie je in je dat je een krachtige, liefdevolle hand nodig hebt die iedere keer dat je dreigt te stoppen omdat die berg zo steil is, naar je uitgereikt wordt. Je niet de kans geeft weer terug te glijden.
Je ziet in dat het aan jou is om die hand te accepteren.
Maar dat je er wel eerst zelf om dient te vragen...
© Caronne 28-10-2011
| Nieuwsbrief |







